In de proeftuinen Woonservicegebieden wordt nagegaan hoe de woonservicegebieden in de praktijk functioneren, in hoeverre de doelen bereikt worden en op welke punten verbeteringen mogelijk zijn.
In de proeftuinen wordt het concept woonservicegebied tegen het licht gehouden, worden effecten benoemd en geëvalueerd en worden onderdelen verder ontwikkeld en toegepast in de praktijk. De tien proeftuinen in het land vormen een kenniscommunity.
Na de eerste experimenten met woonzorgzones/ woonservicegebieden in de jaren 90, zijn er nu in het land over de honderd in ontwikkeling.
De hypothese is dat woonservicegebieden het voor ouderen en gehandicapten mogelijk maken om langer zelfstandig te wonen met een betere kwaliteit van leven; een tweede doel is de doelmatige inzet van schaarse professionele zorg en stimulering van informele zorg.
Huishoudenskrimp vindt in Nederland vooral plaats in de grensgebieden. Zowel in Limburg (Aken/Luik/Maastricht) als in Zeeuws-Vlaanderen (Gent/Brugge) blijken er gebieden aan de andere kant van de grens te liggen met een substantiële druk op de woningmarkt.
Sociale huurwoningen
In het SEV-programma Antwoorden op krimp hoort daarom een verkenning van deze problematiek. Nagegaan wordt hoe de effecten van de grens teniet kunnen worden gedaan. Vooralsnog is dit experiment vooral gericht op de effecten van grensoverschrijdende toewijzing van sociale huurwoningen.
Dit project kent drie fasen:
In de eerste fase wordt op een rij gezet welke mogelijke financiële, juridische en fiscale belemmeringen er zijn voor grensoverschrijdend wonen, maar ook of er wellicht zodanig grote verschillen in woon- en leefcultuur bestaan, dat verhuizen geen optie is. Dit betreft zowel de Duitse als de Belgische grens. Daarnaast wordt via een marktverkenning gekeken naar de woonwensen van Duitsers en Belgen voor (sociale) huisvesting in Nederland.
Op basis van deze probleemanalyse worden voorstellen gedaan voor een experiment. Getracht zal worden om in een begrensde woningmarkt de geconstateerde belemmeringen op te heffen of tijdelijk uit te schakelen. Naar verwachting is daar toestemming en medewerking van de nationale overheid bij nodig.
Afhankelijk van de uitkomsten daarvan komt de SEV ofwel met een regelkader of met concrete experimenten. Deze kunnen betrekking hebben op:
toewijzen van Nederlandse huurwoningen aan Duitsers en Belgen;
verbeteren van de marktpositie van Nederlandse koopwoningen;
Het SEV-experiment Bewoners en invloed gaat experimenteren met nieuwe vormen van politiek en civiel burgerschap, in het bijzonder met medezeggenschap van huurders in relatie tot verhuurders (o.a. corporaties) en gemeenten.
We maken onderscheid tussen politieke en civiele vormen van burgerschap; in het eerste geval gaat het om burgers die zich inzetten bij besluitvormingsprocessen en vormen van medezeggenschap (de burger als ‘denker’), in het tweede geval gaat het om de burger als ‘doener’ in zijn wijk, als organisator van buurtfeesten, huisbezoeker en actieve ouder op de school van hun kinderen.
De resultaten van dit experiment kunnen van praktische betekenis zijn voor (deel)gemeenten, corporaties en partijen betrokken bij het stimuleren van actief burgerschap (politiek, civiel) in wijken en dorpen. Er ligt een grote traditie van democratische sociale planning, inspraak, medezeggenschap, interactieve bezitsvorming die vraagt om (wellicht radicale) vernieuwing.
Tevens wordt een antwoord gezocht hoe vanuit de volkshuisvesting een bijdrage geleverd kan worden aan het leefbaar houden van wijken en het emanciperen van kwetsbare groepen.
Een collectief met twintig tot dertig energieneutrale, zelfvoorzienende en betaalbare waterwoningen met een grote voorbeeldwaarde zoekt een locatie nabij het centrum van Amsterdam. De voorstudie omvat de uitwerking van deze doelstellingen in een concreet en doorgerekend plan, gedragen door een op te richten woonvereniging.
Met deze vijfde pilot is de vloot van het SEV-thema Waterwonen compleet. Juist bij waterwonen past collectief particulier opdrachtgeverschap: individuele ontwerpvrijheid voor de drijvende woningen en collectieve infrastructuur: steiger, energieopwekking, warmtepompen, rioolwaterzuivering en drinkwatervoorziening.
De voorstudie ondersteunt een initiatiefgroep in de regio Amsterdam bij het formuleren van een programma voor een drijvende woning en het vinden van een locatie voor een gemeenschap van twintig tot dertig huishoudens. Mogelijk wordt eerst een tijdelijke locatie gezocht.
Vereniging Woningcorporaties Holland Rijnland start met een vooronderzoek om te bekijken of een experiment dat beoogt langere verhuisketens te krijgen, zin heeft. Negatieve financiële prikkels en positieve prikkels (bijv. het meenemen van een kortingspercentage naar een ouderenwoning) moeten ervoor zorgen dat grote woningen versneld vrijkomen voor grote huishoudens.
Dit experiment moet vier bewegingen op gang brengen:
Huurwoningen ‘aan de top van de markt’ moeten sneller vrij komen, zodat er nieuwe en bovendien lange verhuisketens ontstaan.
Grote woningen zouden - meer dan nu – voor grote(re) huishoudens moeten zijn; kleine(re) woningen voor alleenstaanden en stellen. Dat is niet alleen ‘eerlijk’ of ‘rechtvaardig’ maar ook noodzakelijk omdat er door het huidige ‘scheefwonen’ onvoldoende aanbod is voor gezinnen.
De waarde van de woning moet nadrukkelijker in de (huur)prijs te zien zijn, zodat huurders een expliciete afweging maken tussen kosten en kwaliteit, rekening houden met de hoogte van het inkomen.
Er zouden meer huurwoningen beschikbaar moeten komen voor starters op de woningmarkt. Dat betekent dat er meer huishoudens dan nu moeten overstappen van huur naar koop.
Het experiment moet kostenneutraal worden uitgevoerd. Bij succes kan dit experiment ook in andere overdrukwoning-markten worden toegepast.
Wijkanalyses Rotterdamse bloemkoolwijken Oosterflank, Beverwaard en Zevenkamp
Wijkanalyses geven een beeld voor lokale bestuurders van gemeenten en corporaties, maar ook voor beleidsbepalers (stedenbouwkundigen, planologen en vastgoedstrategen) waar en welke ruimtelijke ingrepen gewenst zijn.
De wijkanalyse moet de aanzet zijn tot de uitvoering van deze fysieke maatregelen. Daarnaast moet de wijkanalyse professionals in het land inspireren. Onderdelen van een wijkanalyse zijn het veldwerk ter plaatse en een cijfermatige analyse.
De wijkanalyses voor de Rotterdams bloemkoolwijken worden in juli tot november 2009 uitgevoerd, gevolgd door een rapportage in december 2009. De rapportage geeft voor de SEV een geaggregeerd beeld van de gewenste ingrepen en geeft voor de experimentpartners onderling inzicht in varianten van ingrepen.
Veldwerk leidt tot een aantal analysekaarten:
ruimtelijke hoofdstructuur
structuur openbaar – privé
openbaar gebied – beheer
programma – voorzieningen
identiteit en architectuur
Deze analysekaarten worden aangevuld met een analyse van de woningvoorraad (type, bouwjaar, locatie sociale huur en koop) en leiden tot een advies over welke ingrepen (uit de ingrepenmatrix) gewenst zijn.
De doelstelling van dit nieuwe SEV-experiment is om marktstrategieën te ontwikkelen voor gebieden met (te verwachten) bevolkingskrimp. Dit experiment moet kennis opleveren om strategisch voorraadbeleid in de toekomst voor meerdere partijen te ondersteunen.
Verschillende strategieën
Een dergelijke benadering is nog niet eerder in Nederland in een krimpgebied uitgewerkt en toegepast. Wanneer de effecten van verschillende strategieën in relatie tot de bevolkingsontwikkeling in kaart zijn gebracht, kunnen ook andere woningcorporaties in krimpende woningmarkten deze informatie gebruiken voor hun strategische voorraadbeleid. Dit kan de negatieve effecten van krimp op de marktpositie van woningcorporaties beperken.
Oudere bewoners van een flatcomplex met 450 appartementen in Rijswijk richten met hulp en steun van het bestuur van bewonersvereniging De Hoecksteijn een woongroep op die voor de leden aanvullend op burenhulp thuiszorg inkoopt. De woongroep staat open voor huurders én kopers, maar niet alle bewoners hoeven lid te zijn.
Het is het derde initiatief ‘gestippeld wonen’, waarbij bewoners niet ruimtelijk geclusterd, maar verspreid over een heel gebouw wonen. Net als bij de bestaande initiatieven gaat het in Rijswijk om de organisatie van gemeenschappelijke activiteiten en onderlinge contacten.
Nieuw aan dit initiatief is het gezamenlijk organiseren en inkopen van comfort & care diensten. Hieronder vallen: huishoudelijke en persoonlijke verzorging, woningaanpassingen en hulp bij formulieren en instanties.
Het experiment omvat zowel het organiseren en opbouwen van de woongemeenschap als het uitoefenen van directe vraagsturing, het zogeheten collectief opdrachtgeverschap, in het kader van de WMO.
De SEV is benieuwd of andere bewonersinitiatieven ook kunnen worden gestimuleerd en professionals in wonen, zorg en welzijn en gemeenten kunnen worden overtuigd van de mogelijkheden van ‘gestippeld wonen’. Het gaat hierbij om een flexibele laagdrempelige vorm van gemeenschappelijk wonen, waarbij bewoners, in tegenstelling tot aaneengesloten gemeenschappelijk wonenprojecten, elkaar bewust moeten opzoeken.
Twee Tilburgse pleinen zitten in de lift, maar behoeven extra (beheer)aandacht. Dit SEV-experiment zoekt een creatieve invulling van tijdelijk beheer van panden grenzend aan het plein en beoogt met pleinmanagers structureel beheer te leveren. Activiteiten zorgen voor levendigheid en ontmoeting op het plein.
De aanpak van veel pleinen blijft vaak hangen in fysieke transformatie met een architectonisch sausje. Beheer en organisatie van activiteiten die bijdragen aan levendigheid en ontmoeting lijken hierin een ondergeschoven kindje.
De SEV probeert beslissers op rijksniveau, maar ook op gemeenteniveau en corporatieniveau te overtuigen dat niet alleen in stenen stapelen, maar juist ook in beheer en activiteiten geld en capaciteit gestoken moet worden.
Beheer van “lastige” pleinen door pleinmanagers komt nog niet veel voor in Nederland. Deze vorm van beheer heeft weinig prioriteit en er wordt daarom weinig geld aan uitgegeven. Zowel structureel als tijdelijk beheer, juist van pleinen, is onmisbaar in wijken met veel sociale problematiek. Aantoonbare voorbeelden, een goede omschrijving van functie en condities moeten hiertoe bijdragen.
Eind 2008 is een netwerk van negen bloemkoolwijken en de SEV van start gegaan. Corporaties en gemeenten willen in deze wijken preventief aan de slag gaan om verloedering en verval te voorkomen. Om een goed beeld te krijgen van de problematiek, is eerder een Kanskaart per bloemkoolwijk gemaakt.
Voor zeven bloemkoolwijken laat de SEV nu ook Wijkanalyses maken door Bureau Middelkoop. Zo ook voor Matendonken en Matenvelden in Apeldoorn. Een wijkanalyse geeft inzicht in mogelijke ingrepen in de ruimtelijke hoofdstructuur, in het openbaar gebied, beheer, voorzieningen en architectuur.
Eind 2008 is een netwerk van negen bloemkoolwijken en de SEV van start gegaan. Corporaties en gemeenten willen in deze wijken preventief aan de slag gaan om verloedering en verval te voorkomen. Om een goed beeld te krijgen van de problematiek, is eerder een Kanskaart per bloemkoolwijk gemaakt.
Voor zeven bloemkoolwijken laat de SEV nu ook Wijkanalyses maken door Bureau Middelkoop. Zo ook voor Folgeren/Trisken in Drachten. Een wijkanalyse geeft inzicht in mogelijke ingrepen in de ruimtelijke hoofdstructuur, in het openbaar gebied, beheer, voorzieningen en architectuur.
Eind 2008 is een netwerk van negen bloemkoolwijken en de SEV van start gegaan. Corporaties en gemeenten willen in deze wijken preventief aan de slag gaan om verloedering en verval te voorkomen. Om een goed beeld te krijgen van de problematiek, is eerder een Kanskaart per bloemkoolwijk gemaakt.
Voor zeven bloemkoolwijken laat de SEV nu ook Wijkanalyses maken door Bureau Middelkoop. Zo ook voor Batau-Noord, Batau-Zuid en Doorslag in Nieuwegein. Een wijkanalyse geeft inzicht in mogelijke ingrepen in de ruimtelijke hoofdstructuur, in het openbaar gebied, beheer, voorzieningen en architectuur.
Aan de randen van ons land daalt het inwonertal en het aantal huishoudens. Nog onbekend is wat de financiële gevolgen voor consumenten en corporaties zijn.
De Streekraad (negen gemeenten in het Oldambt), de provincie Groningen, corporatie Acanthus en de SEV willen de financiële effecten van krimp in kaart brengen voor de woonuitgaven van de consument, de inkomsten van corporaties en de waardeontwikkeling van het onroerend goed.
Effecten van krimp
ABF maakt een model met een aantal scenario’s dat de effecten doorrekent. De scenario’s geven inzicht in wie de rekening van de krimp betaalt en hoe hoog deze rekening is. Deze scenario’s zijn daarmee de basis voor een discussie welke effecten en ingrepen gewenst zijn.
De problemen op de woningmarkt en specifiek bij de goedkope koop zijn eerder door ABF en Heins Advies in kaart gebracht. Niet alle partijen blijken het probleem te onderkennen. Het probleem moet geaccepteerd worden alvorens ermee aan de slag kan worden gegaan.
Ook andere krimpregio’s kunnen het model inzetten dat in Oost-Groningen wordt ontwikkeld.
opdrachtgever
:
Streekraad Oost-Groningen, provincie Groningen, Acnthus Groep
Eind 2008 is een netwerk van negen bloemkoolwijken en de SEV van start gegaan. Corporaties en gemeenten willen in deze wijken preventief aan de slag gaan om verloedering en verval te voorkomen. Om een goed beeld te krijgen van de problematiek, is eerder een Kanskaart per bloemkoolwijk gemaakt.
Voor zeven bloemkoolwijken laat de SEV nu ook Wijkanalyses maken door Bureau Middelkoop. Zo ook voor Peelo in Assen. Een wijkanalyse geeft inzicht in mogelijke ingrepen in de ruimtelijke hoofdstructuur, in het openbaar gebied, beheer, voorzieningen en architectuur.
Bewoners van een portiekflat aan de Middenboulevard in Zandvoort onderzoeken de mogelijkheid het onderhoud van hun woningen in collectief particulier opdrachtgeverschap aan te pakken. De woningen zijn, gezien hun leeftijd, toe aan groot onderhoud. Het scenario sloop-nieuwbouw is kansrijk. Als die variant haalbaar is, wil de SEV graag met de bewoners de risicochecklist opdrachtgeverschap invullen om zo vooraf een goed beeld te krijgen van de risico's.
Collectief particulier opdrachtgeverschap komt steeds vaker voor in Nederland. Een nieuw aspect is dat bewoners van verouderde flatwoningen zelf het heft in handen nemen tot de aanpak van hun bezit.
Zandvoort
Aan de Middenboulevard in Zandvoort staat een jarenvijftigflat met 58 woningen en elf VvE’s. Bewoners onderzoeken varianten waaronder sloop-nieuwbouw met gesloten beurzen en hetzelfde woonoppervlakte voor bewoners. Met de aanpak van de flats aan de Rijnlaan in Heemstede is dit het tweede experiment waarbij bewoners zelf overgaan tot sloop-nieuwbouw.
De bewoners in Zandvoort willen een haalbaarheidsstudie laten verrichten met een financiële verkenning, een draagvlakmeting onder de bewoners en een volumestudie naar de ruimtelijke mogelijkheden van de locatie.
opdrachtgever
:
Stichting De Favaugeplein i.o./Bewonersvereniging FEB